Johann Sebastian Bach
Eisenach (1685-1695)
Bach werd geboren op 21 maart 1685 te Eisebach in de huidige Duitse deelstaat Thüringen als telg van een oud muzikaal geslacht(over 7 generaties telde het meer dan 120 musici). Gedoopt werd hij op 23 maart in de Sankt Georgenkirche, gelegen op het centrale stadsplein van Eisenach waaraan ook het stadskasteel van de vorsten van Sachsen-Eisenach is gelegen. Als tweede naam kreeg de dopeling de naam van zijn peetoom, Sebastian Nagel, stadsblazer uit Gotha. Hij kreeg al op zeer jonge leeftijd van zijn vader Johann Ambrosius Bach Vioolles.
20e eeuw
Gedurende de 20e eeuw zijn verschillende stukken van Bach herontdekt vanwege hun artistieke en educatieve waarde. Toen ontstond ook een beweging die streeft naar authentieke uitvoeringen, met instrumenten uit de tijd van de componist en gespeeld zoals men denkt dat de componist het bedoeld heeft. Voorbeelden hiervan zijn de inzet van klavecimbels in plaats van concertpiano’s en het gebruik van kleine koren of louter solisten.
In de twintigste eeuw werd het werk van Bach bewerkt en herwerkt in verschillende stijlen: van Stravinsky tot Schnittke, van Schönberg tot Kagel. Sinds Bachs dood zijn er rond de 300 werken geschreven met Bach als bron. Fünf Sätze für Streichquartett opus 5 van 1909 van Anton Webern is een bewerking van Bachs Musikalisches Opfer BWV 1079. Sjostakovitsj schreef in 1950 zijn 24 preludes en fuga’s. Andere voorbeelden zijn de Chaconne in d mineur door Ferruccio Busoni en Stravinsky’s versie van de Canonische Variaties. Ook bekend is het muzikale eerbetoon van de Noorse componist Knut Nystedt met als veelzeggende titel Immortal Bach. Met dit werk wist de componist traditionele elementen te verbinden met essentiële nieuwe ontwikkelingen.
In 1950, op de 200e verjaardag van zijn overlijden, kreeg Bach officieel eerherstel toen zijn (vermeende) stoffelijke resten overgebracht werden naar het koor van de Thomaskirche. Daar rusten ze nu onder een eenvoudige gedenkplaat.
( Tekst Wikipedia)

