Cantates
(Voorbeeld van een Cantate ‘Was Gott tut, das ist wohlgetan’ )
Tot de bekendste cantates behoren die van Johann Sebastian Bach (lijst). Bach heeft deze muziekvorm totaal vernieuwd en tot grote hoogte gebracht. Deze stijlvernieuwing sloeg op het aanwenden van de stemmen, de originele instrumentele bezetting (vb het orgel als solo-instrument aanwenden in de inleidende synfonia), de algemene compositie, de theologische onderbouwdheid, kortom het algemeen concept. Bach was al op jonge leeftijd (23 jaar) grensverleggend en inspirerend voor anderen, binnen een grote traditie bij het componeren van cantates.
Tijdens zijn leven schreef Bach vermoedelijk 295 cantates, waarvan er 202 bewaard zijn gebleven. Het overgrote deel van deze cantates kwam volgens biograaf Christoph Wolff tot stand in de jaren 1723-25, toen Bach in Leipzig verbleef. In 1723 heeft Bach zijn stijl gevonden, die later nog nauwelijks veranderde. Tijdens Bachs leven is slechts één cantate (BWV 71 “Gott ist mein König”) in gedrukte vorm uitgegeven. Van alle ander cantates bestonden, toen hij stierf, alleen maar handschriften. Navorser Alfred Dürr slaagde erin om op basis van grafologische en watermerkstudies aan te tonen dat Bach zijn cantates in het begin van zijn Leipzigse tijd nagenoeg “op voorraad” schreef en daarna op het bestaande bleef teren. Bachs enorme cantateproductie delen de musicologen op in vijf cantatejaargangen.
De meerderheid van cantates werden door Bach geschreven als muzikale omlijsting van de zondagse kerkdienst. De cantates sloten inhoudelijk aan bij de lezingen en de preek van die zondag of kerkelijke feestdag zoals Maria Lichtmis (2 februari). Het was dus thematische functionele gebruiksmuziek, maar van een hoog muzikaal niveau. Een cantate bestond doorgaans uit enkele koorzangen, aria’s en recitatieven en duurde meestal 20-25 minuten. Op speciale dagen bestond de cantate uit twee delen, een deel voor de preek en een deel na de preek. In de recitatieven vond men een herhaling terug uit de lezingen. Zo vormde het eerste cantatedeel de overgang naar de preek, terwijl het tweede deel als een soort coda na de preek klonk.
De meeste van Bachs cantates beginnen met een aria of met een uitgebreid openingskoor. Deze opening werd gevolgd door enkele aria’s en recitatieven. Bijna alle cantates eindigen met een eenvoudig koraal.
De openingskoren illustreren duidelijk Bachs briljante “combinatie-methode”, waarin structurele en stilistische elementen van verschillende oorsprong samenkomen. De aria’s worden gekenmerkt door een regelmatige, vaak dansante ritmiek en een liedachtige, vlot in het oor liggende melodie.
Enkele van Bachs bekendste cantates zijn BWV 191 Gloria in excelsis Deo (voor de eerste Kerstdag 1740, de enige in het Latijn geschreven cantate), BWV 106 Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit (uit 1707, ook wel de “begrafeniscantate” of “Actus Tragicus” genoemd), BWV 80 Ein feste Burg ist unser Gott(1728), BWV 21 Ich hatte viel Bekümmernis en BWV 147 Herz und Mund und Tat und Leben. De h-moll-Messe of Hohe Messe, het laatst gecomponeerde werk van Bach, is grotendeels samengesteld op basis van vroegere cantates.
Vanwege het grote aantal religieuze cantates dat hij schreef noemt men Bach ook de vijfde evangelist. Bach schreef ook een aantal wereldlijke cantates zoals BWV 208 Was mir behagt, ist nur die muntre Jagd.
De 202 overgebleven cantates nemen in totaal een tijdsduur van 70-80 uren in. Alle 202 cantates achter elkaar beluisteren kost dus ongeveer drie volle dagen.
( Tekst Wikipedia)


